next
 
 
original | translation

 
GEBED VOOR IEDEREEN
Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.

BENG! KLEDDERRRRR! KLENG!

Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: “Niet buigen broddah! Strek je op!”
Wereldvreemden die maar wat floepen: “Wie de staat kent, kent zichzelf.”
Nieuwe talen zingen, roepen: “Niks kebed, suster, komt niet koed.”
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,

roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.

LEVE

majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,
lekker zomaar in de rij gaan staan.
 
 

original | translation