Poetry International Web
en/nl
dutch news
next
 
 
 

Zelfportret als klaproos
nec meum respectet, ut ante, amorem,
qui illius culpa cecidit velut prati
ultimi flos, praeter eunte postquam
tactus aratrost.
(Catullus, carmen 98)
‘Ze noemt je,’ zegt hij, ‘Lilith in habijt, de sluipwesp
die ik huisvest en de slang die mij verleidt.
Als God jou tot de orde roept, span jij Hem
als een tam paard voor jouw kar
en de straat ligt geplaveid met echtgenotes.’

Dat ik niet uit mijn lijst breek en dit stilleven
tegenspreek. Dat ik de betere beelden verzwijg.

Barsten in een slakkenhuis van calciumcarbonaat
een sok op een bergtop, een handschoen op straat
een bloem benoemd tot onkruid en dan resoluut gemaaid.
SELF-PORTRAIT AS A POPPY
nec meum respectet, ut ante, amorem,
qui illius culpa cecidit velut prati
ultimi flos, praetereunte postquam
tactus aratro est.
(Catullus, Carmen 11)
“She calls you”, he says, “Lilith in habit, tracker wasp
that I am host to and the snake that tempts me.
If God calls you to order, you will harness Him
as a tame horse to your cart
and the street will lie paved with spouses.”

That I don’t break out of my frame and contradict
this still-life. That I conceal the better images.

Cracks in a snail’s calcium-carbonate shell
a sock on a mountain top, a glove in the street
a flower classified as weed, then resolutely cut.