previous | next
 
 
 

Genealogie
Tussen twee heuvelen van Brabant in
is de geschiedenis tot grond verteerd.
Geen steen, geen korrel of hij draagt een zin,
een hand, een hart heeft zich aan hem bezeerd.

Harten, handen, die ‘k ben en die ‘k bemin,
lijfeigenen die anders lijf begeert,
hoe lang hebt gij gewroet, om wiens gewin
zijt gij in zonde en armoe gecrepeerd!

Want uw geschiedenis ben ik . . .  De grond
en ik zijn al wat rest in deze stond,
twee zuren die elkaar benaderen.

Zij prikken de papillen in mijn mond,
zij zetten ’t virus in mijn aderen,
o stalmeiden en dronkaards, vaderen.

 

GENEALOGY
In between two Brabantine hills
history is ground down to dirt.
No stone, no clod but has a sense,
but it has hurt a hand, a heart.

Hearts and hands that I love and am,
serfs that another’s body lusts,
how long you grubbed, and for whose gain
you died in sin and neediness!

Your history am I . . .  The earth
and I are all that yet remain,
two acids that approach each other.

They rouse the tastebuds in my mouth,
they put the virus in my veins,
O stablemaids and drunkards, fathers.