nederlandse taal
english language

 
Poetry International Web
en/nl
dutch news
previous | next
 
 
 

KAMERVERHUURDER
Wat trekt mij in jou aan? Ik luister aan je deur.
Ik draai je kleren in mijn hand als jij met jonge
sprongen dit huis weer hebt verlaten. De huid
om je heupen, je geur, je rollend plaatsen.
 
Alles is in bruikleen aan jou afgestaan. De ruimte
die jij met krijt van ziel hebt volgestreept
opdat je lijf kan schuilen, die jij tot roofdierkooi
hebt verbouwd; een vertrouwd pad is uitgesleten
in het kleed tussen wasbak en de wand.
 
De buizen die ik aanleg om jouw adem
op te vangen en jaren te bewaren; de stalen draden
die ik span om jou zacht te laten vallen. De muren
die ik leegschep om jou te kunnen zien. De bakken
die ik plaats om jou weer in je kooi te lokken.
Je rokken die om je in brand gestoken benen staan.
 
Kijk, hier zit ik stil voor je kamer; op de hoogte
van het risico. Met een verbeterd oog, een langer
en gevoeliger membraan;
met gespannen vliezen en holgezogen
nappen; met een gevederd oor.
LANDLORD
Why do I find you attractive? I listen at your door.
I let your clothes run through my hands when you have left
this house again with youthful jumps. The skin
around your hips, your scent, your rolling pace.

Everything was granted you on loan. The space
your soul marked out in chalk-stripe
so your body can take shelter, which you converted
into a predator’s cage; a familiar path worn into
the rug between the sink and wall.

The pipes I lay to capture your breath
and keep for years; the wires of steel
I tighten to soften your fall. The walls
I shovel out so I can see you. The bowls
I place to tempt you back into your cage.
The skirts that stand about your kindled legs.

Look, I quietly sit in front of your room; on the level
with the risk. With eyesight improved, a longer
and more sensitive pellicle;
with membranes taught and suckers
contracted; with feathered ears.